Home » Opvoedtips »
Pesten is een probleem dat veel ouders raakt. Misschien merk je dat je kind zich terugtrekt, niet meer met plezier naar school gaat of zelfs van de BSO wordt gestuurd. Of je hoort van de leerkracht dat jouw kind juist degene is die anderen buitensluit of plaagt. In beide gevallen wil je niets liever dan dat je kind weer goed in zijn of haar vel zit. In dit artikel lees je hoe je als ouder kunt omgaan met pesten, zowel als je kind gepest wordt als wanneer je kind zelf pest.Als je kind pest, is het belangrijk om te onderzoeken wat erachter zit. Soms pest een kind uit onzekerheid, boosheid of omdat het zelf gepest is. Samen kun je kijken naar andere manieren om met deze gevoelens om te gaan.Blijf in gesprek met school of de BSO en houd contact met andere ouders als dat nodig is.
1. Herken de signalen van pesten
Pesten is niet altijd zichtbaar. Soms merk je het aan kleine dingen: je kind wil niet meer naar school, heeft ineens minder vriendjes of komt verdrietig thuis. Ook lichamelijke klachten zoals buikpijn of hoofdpijn kunnen een signaal zijn.‘Je lijkt de laatste tijd niet zo blij als je uit school komt. Wil je mij vertellen wat er aan de hand is?’
Als je kind zelf pest, hoor je dit soms van school of andere ouders. Het kan ook zijn dat je merkt dat je kind snel boos wordt of moeite heeft met het maken van vrienden.‘Ik hoorde van de juf dat je vandaag ruzie had met een klasgenoot. ‘Kun je mij vertellen wat er precies is gebeurd?’
2. Geef ruimte aan het verhaal van je kind
Of je kind nu gepest wordt of zelf pest, het is belangrijk om zonder oordeel te luisteren. Geef je kind de ruimte om zijn of haar verhaal te doen, zonder direct te reageren of te corrigeren.‘Wil je mij uitleggen wat er gebeurd is? Ik wil graag begrijpen hoe jij je voelt.’
Probeer gedrag en persoon uit elkaar te houden. Je kind is niet ‘de pester’ of ‘het slachtoffer’, maar een kind dat worstelt met een moeilijke situatie.3. Help je kind woorden te geven aan gevoelens
Kinderen vinden het vaak lastig om te vertellen wat ze voelen. Door samen te praten over emoties, help je je kind om zichzelf beter te begrijpen.- ‘Voelde je je verdrietig toen dat gebeurde? Of misschien boos of bang?’
- ‘Wat dacht je toen je dat deed? Was je misschien teleurgesteld of voelde je je buitengesloten?
4. Zoek samen naar oplossingen
Als je kind gepest wordt, kun je samen bedenken wat kan helpen. Misschien wil je kind oefenen met ‘nee’ zeggen, of samen een gesprek aangaan met de leerkracht. Het belangrijkste is dat je kind zich gesteund voelt.- ‘Wat zou jou kunnen helpen om je weer fijn te voelen op school?’
- ‘Wil je dat ik met de juf praat of wil je het liever zelf proberen?’
- ‘Wat zou je de volgende keer anders kunnen doen als je boos bent?’
- ‘Hoe kun je het goedmaken met degene die je hebt gepest?’
5. Maak duidelijke afspraken en blijf betrokken
Pesten stopt niet vanzelf. Maak samen afspraken over hoe je kind met anderen omgaat en hoe jullie contact houden over wat er speelt.- ‘Wat spreken we samen af als het weer moeilijk wordt op school?’
- ‘Hoe kan ik je helpen als je merkt dat je het lastig vindt om aardig te blijven?’
6. Zoek hulp als het niet lukt
Soms lukt het niet om het probleem zelf op te lossen. Je kind blijft verdrietig, boos of onzeker. Of het pesten stopt niet, ondanks alle inspanningen. In dat geval kan kindercoaching helpen. Samen kijken we naar wat jouw kind nodig heeft om weer blij en zelfverzekerd te worden.‘Zou je het fijn vinden om met iemand te praten die jou kan helpen om je weer goed te voelen?’
Pesten is voor geen enkel kind makkelijk, of het nu gepest wordt of zelf pest. Door samen te zoeken naar begrip, oplossingen en herstel, geef je je kind de kans om te groeien. Zo werk je aan een fijne sfeer thuis en op school, waarin ieder kind zichzelf mag zijn.