Veel ouders herkennen het: je kind wil altijd winnen, het beste zijn of de hoogste cijfers halen. Misschien merk je dat je kind gefrustreerd raakt als iets niet lukt, boos wordt als het verliest of zichzelf streng toespreekt bij een fout. Dit kan zorgen voor spanning thuis, op school of tijdens sport en spel. In dit artikel lees je hoe je als ouder op een positieve manier omgaat met de drang van je kind om altijd de beste te willen zijn.
1. Erken het verlangen van je kind
Het is belangrijk om te begrijpen waar het gedrag vandaan komt. Veel kinderen willen graag goed presteren omdat ze zich dan gewaardeerd voelen. Ze zijn bang om te falen of niet mee te tellen. Door het verlangen van je kind te erkennen, voelt je kind zich gezien.
Laat merken dat je begrijpt hoe belangrijk het voor je kind is. Dit helpt om het gesprek open te houden en voorkomt dat je kind zich onbegrepen voelt.
2. Bespreek het verschil tussen proberen en perfect zijn
Kinderen die altijd de beste willen zijn, leggen de lat vaak erg hoog voor zichzelf. Ze denken soms dat ze alleen goed genoeg zijn als ze winnen of alles perfect doen. Help je kind om het verschil te zien tussen zijn best doen en perfect moeten zijn.
Zo leert je kind dat fouten maken bij het leven hoort en dat het proces belangrijker is dan het resultaat.
3. Focus op inzet en groei, niet alleen op het resultaat
Geef complimenten voor de inzet en het doorzetten, niet alleen voor het eindresultaat. Dit helpt je kind om trots te zijn op zichzelf, ook als het niet wint of de hoogste cijfers haalt.
- ‘Ik zag dat je heel hard hebt geoefend voor je toets. Daar mag je trots op zijn, ongeacht het cijfer.’
- ‘Je hebt goed samengewerkt met je team, ook al hebben jullie niet gewonnen. Hoe voelde dat voor jou?’
Door de nadruk te leggen op groei en inzet, ontwikkelt je kind meer zelfvertrouwen en veerkracht.
4. Leer omgaan met teleurstelling
Het is niet altijd makkelijk om te verliezen of niet de beste te zijn. Help je kind om met deze gevoelens om te gaan. Benoem het gevoel en geef ruimte om teleurstelling te uiten.
Samen kun je kijken wat je kind kan doen als het zich zo voelt. Bijvoorbeeld even rustig ademhalen, iets anders gaan doen of erover praten.
5. Maak samen afspraken over omgaan met winnen en verliezen
Spreek met je kind af hoe jullie omgaan met winnen en verliezen, thuis en bij anderen. Bespreek wat je kind kan doen als het wint (‘Hoe kun je sportief zijn als je wint?’) en als het verliest (‘Wat helpt jou als je baalt?’).
- ‘Wat zou jij kunnen zeggen als je wint, zodat het voor iedereen leuk blijft?’
- ‘Wat kun je doen als je merkt dat je boos wordt als je verliest?’
Door hier samen over na te denken, leert je kind omgaan met verschillende situaties.
6. Geef zelf het goede voorbeeld
Kinderen leren veel door naar hun ouders te kijken. Laat zien hoe jij omgaat met fouten, teleurstellingen en succes.
Zo laat je zien dat het normaal is om niet altijd de beste te zijn en dat je altijd kunt groeien.
Tot slot
Een kind dat altijd de beste wil zijn, heeft vooral behoefte aan begrip, veiligheid en het gevoel dat het goed is zoals het is. Door samen te praten, te oefenen met omgaan met teleurstelling en de nadruk te leggen op inzet en groei, help je je kind om weer ontspannen en met plezier te leren en te spelen.
